Art. 0019 Rev. 1845

Verklarende woordenlijst van berenklauwtermen

Inhoud
  1. Plantkunde
  2. Chemie
  3. Ecologie
  4. Redactionele termen
  5. Zie ook

Deze verklarende woordenlijst van berenklauwtermen omschrijft de botanische, chemische, ecologische en redactionele termen die op Hogweed.org worden gebruikt. Verscheidene van deze woorden hebben buiten de plantkunde andere betekenissen gekregen. In deze encyclopedie worden ze uitsluitend gebruikt in de betekenissen die hieronder worden gegeven.

Plantkunde

Andromonoecie
Het dragen van mannelijke en tweeslachtige bloemen op dezelfde plant: van andro-, 'mannelijk', en monoecisch, van het Grieks monos, 'enkel', en oikos, 'huis' — beide soorten bloemen wonen in één huis. Bij de reuzenberenklauw neemt het aandeel mannelijke bloemen toe met de orde van het scherm; zie Scherm § Verdeling van de arbeid.
Apicale dominantie
De onderdrukking van zijknoppen door de groeitop (apex) van een scheut, voornamelijk gestuurd door het hormoon auxine dat in de top wordt aangemaakt. Verwijdering van de top (onthoofding) maakt de zijknoppen vrij, die vervolgens uitgroeien. Bij de berenklauw levert het afknippen van het eindscherm doorgaans verscheidene kleinere schermen in de plaats op; zie hydra-effect.
Capitaat
Hoofdvormig, of samengebracht in een dichte, hoofdvormige tros. Van het Latijnse caput, 'hoofd'.
Deelvrucht
Een van de twee helften waarin de droge vrucht van de schermbloemenfamilie (Apiaceae) bij rijpheid uiteenvalt. Bij de berenklauw bevat elke deelvrucht één zaad en wordt ze meestal gewoon zaad genoemd.
Doorschieten
De snelle strekking van een bloeistengel vanuit een rozet. De reuzenberenklauw schiet maar één keer door, in het laatste jaar van zijn leven.
Eindscherm
Het scherm dat de hoofdstengel afsluit: het eerste dat opent, het grootste, en bij de reuzenberenklauw de bron van bijna de helft van het zaad van de plant. Zie Scherm.
Kiemrust
Een toestand waarin een levensvatbaar zaad niet kiemt, zelfs niet onder gunstige omstandigheden, totdat aan een bepaalde eis is voldaan — vaak een periode van kou. Zie stratificatie.
Monocarpisch
Slechts eenmaal bloeiend en zaad zettend, waarna de plant sterft. De reuzenberenklauw is een monocarpische overblijvende plant: hij kan enkele jaren als rozet leven, maar zijn eerste bloei is ook zijn laatste.
Oliekanaal
Een oliekanaal in de vruchtwand van de schermbloemenfamilie (meervoud oliekanalen, Latijn vittae). Bij de berenklauw zijn de oliekanalen opvallend, donker en knotsvormig, en helpen ze bij het herkennen van het zaad.
Onthoofding
In de tuinbouw het verwijderen van de top van een scheut. Het doodt de plant niet; het verlegt de groei naar de zijknoppen. Zie apicale dominantie.
Penwortel
Een grote, centrale wortel die verticaal naar beneden groeit, waaruit kleinere wortels vertakken. De penwortel van de berenklauw slaat de reserves op waarmee de plant na afsnijden weer uitloopt.
Pollendonor
Een bloem, scherm of plant die pollen levert maar zelf geen zaad zet. Bij de reuzenberenklauw fungeren de schermen van de laagste orde uitsluitend als pollendonor.
Protandrie
Het eerder rijpen van de mannelijke dan de vrouwelijke delen van een bloem, zodat elke bloem haar stuifmeel verspreidt voordat ze zelf stuifmeel kan ontvangen. Bij de berenklauw doorloopt het hele scherm eerst een mannelijke en dan een vrouwelijke fase.
Radicaal
Ontspringend uit de wortel, of uit de wortelhals er vlak boven. Radicale bladeren vormen de bladrozet. Van het Latijnse radix, 'wortel'. In deze encyclopedie wordt het woord uitsluitend in deze betekenis gebruikt.
Rozet
Een cirkelvormige groep bladeren op grondniveau. De reuzenberenklauw brengt het grootste deel van zijn leven als rozet door en verzamelt reserves in de penwortel voor zijn enige bloei.
Satellietscherm
Een tweede-orde scherm op een van de scheuten die rond het eindscherm staan. De satellieten openen na het eindscherm en zetten minder zaad.
Scherm
Een bloeiwijze waarin de bloemstelen (stralen) vanuit één punt ontspringen, als de baleinen van een parasol (Latijn umbella, 'parasol, zonnescherm'). Bij een samengesteld scherm draagt elke straal een eigen kleiner schermpje. Zie hoofdartikel.
Schermpje
Een van de kleine schermen die aan het eind van elke straal van een samengesteld scherm worden gedragen.
Stratificatie
Blootstelling van zaden aan een periode van koude, vochtige omstandigheden, waardoor hun kiemrust wordt doorbroken. In het wild wordt dit geleverd door de winter; zaad dat niet is gestratificeerd, kiemt niet.
Wortelhals
De overgang van wortel naar stengel, op of net onder het bodemoppervlak, van waaruit nieuwe scheuten ontstaan. Bestrijding is alleen blijvend wanneer de wortelhals wordt vernietigd of van de wortel gescheiden.
Zelfcompatibel
In staat zaad te zetten met eigen pollen. De reuzenberenklauw is volledig zelfcompatibel, zodat één enkele plant een populatie kan stichten.

Chemie

Angelicine
De moederverbinding van de hoekige furanocoumarinen: dezelfde drie ringen als psoraleen, maar geknikt. Ze bindt eenmaal aan DNA maar kan geen twee strengen verbinden. Vaak de grootste afzonderlijke furanocoumarine in de berenklauw.
Fototoxisch
Alleen schadelijk in aanwezigheid van licht. Een fototoxische stof doet niets in het donker; zie fytofotodermatitis.
Furanocoumarine
Een klasse van plantstoffen, waaronder psoraleen, bergapteen en xanthotoxine, die in het donker onschadelijk zijn maar aan DNA binden zodra ze door ultraviolet licht worden geactiveerd. Zie hoofdartikel en fytofotodermatitis.
Fytoalexine
Een afweerstof die een plant aanmaakt als reactie op aanval door een schimmel of andere microbe. Sommige furanocoumarinen zijn fytoalexinen.
Intercalatie
De insertie van een vlak molecuul tussen de gestapelde baseparen van DNA. Furanocoumarinen intercaleren in het donker en reageren zodra er licht bij komt.
Monoadduct
Een product waarbij een molecuul zich op één punt aan één streng van DNA heeft gebonden. Een furanocoumarine vormt een monoadduct met een thymine na het absorberen van één foton ultraviolet A.
Psoraleen
De moederverbinding van de lineaire furanocoumarinen, C11H6O3: drie ringen op een rij. De methoxyderivaten ervan zijn bergapteen (5-MOP) en xanthotoxine (8-MOP, methoxsaleen).
PUVA
Psoraleen plus UVA: fotochemotherapie met een oraal of plaatselijk toegediende furanocoumarine gevolgd door ultraviolet A, in 1974 geïntroduceerd voor psoriasis. Dezelfde reactie die de huid geneest, kan huidkanker veroorzaken.
Ultraviolet A
Het langgolvigste ultraviolette licht, ongeveer 315 tot 400 nm, dat in grote hoeveelheden door de atmosfeer dringt. Berenklauwbrandwonden ontstaan het efficiëntst bij 330–335 nm.

Ecologie

Dominantie
De mate waarin één soort door zijn omvang, aantal of bedekking de omstandigheden van een gemeenschap bepaalt. Een volgroeide berenklauwgroeiplaats wordt gedomineerd door één enkele soort, die het meeste licht opneemt.
Gini-coëfficiënt
Een maat voor ongelijkheid, van 0, wanneer elk lid van een populatie een gelijk aandeel heeft, tot 1, wanneer één lid alles heeft. Ontwikkeld voor inkomens, wordt hij sinds 1984 gebruikt om hiërarchieën van omvang en opbrengst in plantenpopulaties te beschrijven. Zie Scherm § Ongelijkheid.
Grootteklasse
Een categorie waarin de leden van een populatie naar grootte worden ingedeeld. De klassenstructuur van een groeiplaats laat zien of ze groeit, stabiel is of afneemt.
Hydra-effect
Een toename van de omvang van een populatie als reactie op een toename van de sterfte onder haar leden. Zie hoofdartikel.
Hydrochorie
Verspreiding van zaden door water. Berenklauwzaden drijven en worden stroomafwaarts meegevoerd via rivieren, beken en sloten.
Invasieschuld
De invasies die eerdere introducties al onvermijdelijk hebben gemaakt maar die nog niet hebben plaatsgevonden. In heel Europa weerspiegelen de huidige uitheemse soorten de economie van 1900 beter dan die van 2000. Zie Lagfase.
Invasieve soort
Een soort die buiten haar natuurlijke areaal is geïntroduceerd en waarvan de verspreiding schade toebrengt aan het milieu, de economie of de menselijke gezondheid.
Kolonisatie
De vestiging van een soort in een gebied waar ze voorheen niet aanwezig was.
Lagfase
De periode tussen de aankomst van een indringer en het begin van zijn snelle verspreiding. Zie hoofdartikel.
Lorenzcurve
Een grafiek van het cumulatieve aandeel van een totaal tegen het cumulatieve aandeel van de populatie dat het bezit, gerangschikt van minst naar meest. Hoe verder de curve onder de diagonaal doorzakt, hoe ongelijker de verdeling.
Monocultuur
Een gemeenschap bestaande uit één enkele soort. Niets anders groeit er lang.
Pioniersoort
De eerste soort die kale of verstoorde grond koloniseert en zo het proces van successie in gang zet.
Propaguledruk
Het aantal individuen dat op een plek wordt geïntroduceerd en het aantal keren dat ze aankomen. Hoe meer zaad wordt verplaatst, en hoe vaker, hoe waarschijnlijker een invasie.
Reproductieve zekerheid
Het vermogen om zaad te zetten zonder partner, meestal door zelfbestuiving. Het stelt een enkele plant die ver van soortgenoten is beland in staat een populatie te stichten.
Stroomgebied
Het gebied dat wordt afgewaterd door een rivier en haar zijrivieren. Omdat berenklauwzaad stroomafwaarts reist, is het stroomgebied, niet het perceel, de natuurlijke eenheid voor bestrijding.
Successie
De geleidelijke, in grote lijnen voorspelbare verandering in de soortensamenstelling van een gemeenschap in de tijd, bijvoorbeeld na verstoring of het verdwijnen van een dominante soort.
Verblijftijd
De tijd sinds een soort in een gebied is geïntroduceerd. Hoe langer ze al aanwezig is, hoe wijder verspreid ze doorgaans is.
Vijandontsnapping
Het ontsnappen van een geïntroduceerde soort aan de herbivoren en ziekten van haar natuurlijke areaal. Zie Hypothese van de vijandontsnapping.
Zaadbank
De voorraad levende zaden die in de bodem aanwezig is. Zie hoofdartikel.
Zaadregen
De zaden die in een bepaalde periode op een bepaald gebied terechtkomen. De zaadregen vult de zaadbank aan.

Redactionele termen

Bron nodig
Een label geplaatst op een bewering die niet door een betrouwbare bron wordt gestaafd. Zo gelabelde beweringen kunnen worden betwist en verwijderd. Beweringen over de voordelen van de berenklauw krijgen dit label vaker dan alle andere.
Neutraal standpunt
Het beginsel dat artikelen belangrijke standpunten eerlijk weergeven en in verhouding tot hun steun in betrouwbare bronnen. Neutraliteit tussen de plant en de mensen die ze verbrandt, is niet vereist.

Zie ook

Dit artikel is een vertaling van het Engelse artikel, revisie 1845.

Brontekst bekijken voor Verklarende woordenlijst van berenklauwtermen

Bewerken is opgeschort tijdens het zaadseizoen. Je kunt de brontekst van deze pagina bekijken en kopiëren.

In andere talen

Hogweed.org is in 4 talen in gemeenschappelijk bezit. Elke editie is vertaald vanuit de Engelse.

English Glossary of hogweed terms
Português Glossário de termos da branca-ursina
Nederlands Verklarende woordenlijst van berenklauwtermen
Dansk Ordliste over bjørneklotermer